Vandaag was het tijd om Jasper achter ons te laten en door te trekken naar Banff. Hiervoor was de routebeschrijving duidelijk, neem de Icefield Parkway tot je er bent. Al met al zou het zo’n 4 uurtjes rijden zijn, maar we wisten al wel dat dit zonder alle stops waren onderweg. En we wisten ook al dat dit er genoeg zouden zijn. Dus vol goede moed draaiden we rond half negen de camping af om de regen te trotseren en onze route te vervolgen.
Onze eerste stop hadden we na ongeveer een uurtje (80 km) bij de Sunwapta Falls. De naam verraad het al, dit waren weer watervallen. Verder was er weinig sun, dus dat deel van de naam was wel een teleurstelling. Toch wel een mooie en imposante waterval, ook al merken we dat je na al dat natuurgeweld ook wel wat waterval-moe wordt.
Daarna reden we weer 50 km verder, waarbij we ook 600m klommen naar een totale hoogte van 2000m, naar de Columbia Icefield. Hier is een gletsjer en kan je ook allerlei leuke dingen doen zoals op een glazen brug genieten van het uitzicht of met een soort tank de gletsjer op. Maar, gezien het maar een beetje een grauwe bedoeling was vandaag hadden we niet het idee dat we nou heel erg van het uitzicht konden genieten, dus besloten we maar even een kopje koffie te drinken en konden we zo ook de eerste twee goals van Nederland – Zweden meepakken.
Daarna kachelden we weer 90 km door naar Peyto Lake. Hier hebben we eerst even eitjes gebakken op de parkeerplaats en zijn daarna naar het meer gelopen. Dit was weer een strakblauw meer en erg mooi om te zien. Wat ook wel schokkend was is dat er een bordje stond dat vroeger (1840) de gletsjer liep tot de rand van het meer, terwijl je hem nu niet eens meer kon zien omdat het achter de berg was verdwenen. Na deze sombere gedachte over de staat van de wereld besloten we maar weer met ons fors-uitstotende campertje (minder dan 1 op 5) de berg af te rollen richting Banff.
Maar, toen kwamen we onverwachts in de volgende bezienswaardigheid terecht, de beren-file. Op de snelweg ging iedereen op de rem, want er waren beren gezien achter het hek. Dus, wij sloten netjes aan op de vluchtstrook om familie beer op de foto te zetten. Het was een drukte van jewelste, maar toch konden we door het hek en de bosjes wat zwarte vormen zien die toch wel op beren leken. Kassa! Hebben we toch weer een ontmoeting met deze prachtige beesten te pakken.
Hierna kwamen we aan in Banff, een leuk, maar wel erg toeristisch dorp. We hebben even over de grote centrale “avenue” gelopen, alvast wat souvenirtjes gescoord en zijn toen lekker gaan eten. Vandaag stond er weer Italiaans op het menu. Yannick ging voor een pizza met nduja (Italiaanse pittige smeerbare salami) en Michelle voor de Margharita. Toen onze buikjes weer vol zaten vertrokken we naar de camping, maar dat was wel even een deceptie. Wij dachten, “leuk, een camping van een Nationaal Park, dat zal wel in de natuur zijn.” Maar schijn bedriegt, we mochten file-parkeren op een parkeerplaats en dat was ons plekje. Gelukkig is het voor 1 nacht, en trekken we morgen naar een andere camping die wat meer “traditional camping experience” geeft, aldus de folder. Maar, voor nu lekker slapen en dan morgen weer vol goede zijn op pad!


















